haringtrekkers

vissersboot HD274

geepvisser aan het werk

Visvangst

Productenlijst

Online bestellen? Ga naar het bestelformulier.

Voor alles geldt : mits gevangen.
Wij verkopen geen ondermaatse vis!

      
  

Verse Noordzee schol

scholHeerlijke verse schol in diverse maten.

De schol (Pleuronectus platessa) (ook wel pladijs genoemd) is een platte ruitvormige vis die samen met onder andere de bot en schar tot de scholachtigen wordt gerekend, die op hun beurt deel uitmaken van de platvissen. De huid van de schol is aan de rechterkant groenbruin en heeft oranje stippen. De ogen van de schol zitten aan de rechterkant. Aan de linkerkant (de blinde zijde) is de schol wit.

De kleine scholletjes zwemmen rechtop na hun geboorte en zien er dan ook uit als andere vissen. Na ongeveer 6 weken ondergaan ze een gedaanteverwisseling, waarbij één van hun ogen naar de andere kant groeit en ze zich tot platvis ontwikkelen. De volwassen schol zwemt met een golvende beweging. Vooral de lange rugvin en anaalvin zorgen voor de voortbeweging.

De schol komt onder andere veel voor in de Atlantische Oceaan, bijvoorbeeld de Noordzee, de Oostzee en het westelijke deel van de Middellandse Zee. De vis leeft vooral veel op de bodem van de zee en niet ver van de kust. Hij voedt zich voornamelijk met weekdieren en wormen.

Op platvissen in het algemeen, waaronder de schol, wordt veel gevist. Een zeer belangrijk deel van de visvangst op de Noordzee bestaat uit schollen. Bij de vangst wordt veelal gebruikgemaakt van de boomkor.

In de Noordzee is de schol niet meer overbevist omdat deze zich inmiddels ruim boven het biologisch veilige niveau bevindt, aldus de internationale biologen van The International Council for the Exploration of the Seas in hun advies van 2009, die de Europese visserijministers adviseren bij het vaststellen van de quota voor de Noordzeevissers.

Al dan niet als filet gaat de gebakken schol veel over de toonbank.

Verse rode poon

rodepoonWij verkopen rode poon, grauwe poon en koningspoon

De ponen (Triglidae) zijn een familie van op de bodem levende zeevissen, en worden ook wel knorhanen genoemd. Soorten uit deze familie kunnen geluid maken bij gevaar in tegenstelling tot de meeste vissen. Dit is een knorrend geluid dat geproduceerd wordt door de zwemblaas te laten trillen. Hieraan is ook de naam knorhaan te danken, ook poon is een veelgebruikte naam. Typisch voor de Triglidae zijn de tot tastorganen omgebouwde buikvinnen, waarmee ze ook korte stukjes over de zeebodem kunnen lopen. De rugvin is gedeeld. Opvallend is ook de kopvorm en de grote, brede bekopening. De maximale lengte bedraagt 1 meter.

Triglidae komen in alle zeeën voor en leven vooral op zanderige of weke grond, waarin ze met hun buikvinnen naar voedsel zoeken. Ze leven tot een diepte van 300 meter. Ze voeden zich met vissen, kreeftjes en tweekleppigen. Ponen worden veel gebruikt in de keuken en staan bekend om het vaste vlees wat ze erg geschikt maakt voor vissoepen. De bekendste soort is de rode poon (Chelidonichthys lucernus). De smaak wordt soms vergeleken met die van garnalen.

Verse tong

tongAl onze tong voldoet aan de minimummaat

De tong (Solea solea) is een bruingevlekte platvis.

Tong heeft een voorkeur voor relatief ondiep water met een zand- of modderbodem. De tong komt voor in het water van de oostelijke Atlantische Oceaan van Zuid-Noorwegen tot aan Senegal en vrijwel de gehele Middellandse Zee. In de winter trekt de tong zich terug naar het iets warmere water in de zuidelijke Noordzee.

De tong dankt zijn naam aan de ovaalronde vorm. Zijn kleine oogjes staan dicht bij elkaar aan de rechterzijde van het lichaam. Dat geeft de vis de mogelijkheid om half ingegraven in het zand op een voorbijzwemmende prooi te loeren. De tong wordt net als alle andere platvissen geboren als een 'gewone' vis met een oog aan beide zijden van het lichaam. De jonge tong ondergaat echter al snel - als hij net iets groter is dan 1 cm - een metamorfose tot platvis. Een tong kan maximaal ongeveer 70 cm lang worden.

Behalve aan de typerende lichaamsvorm kan de tong ook gemakkelijk herkend worden aan de tastdraadjes die zich onder aan de bek bevinden. De tastdraadjes worden gebruikt voor het opzoeken van voedsel: vooral wormen, maar ook kreeftachtigen en schaaldieren.

De kleinste tong wordt aangeduid met de naam 'sliptong' (en dus niet 'slibtong') naar het Engelse 'slip' dat 'klein' betekent.

In de Noordzee is de tong niet meer overbevist omdat deze zich inmiddels boven het biologisch veilige niveau bevindt, aldus de internationale biologen van The International Council for the Exploration of the Seas in hun advies van 2009, die de Europese visserijministers adviseren bij het vaststellen van de quota voor de Noordzeevissers.

Verse kabeljauw

kabeljauwOok kabeljauw is gesorteerd in diverse maten, die variëren van 0,4 tot wel 23 kilo per stuk.

Zoals u op de foto ziet kunnen ze flink groot worden : 23 tot 25 kilo per stuk.
De kabeljauw wordt op lengte uitgezocht.
De kabeljauw (Gadus morhua) is een vissoort die voorkomt in de Atlantische Oceaan. Hij kan een lengte bereiken van 150 cm, maar meet gemiddeld 80 à 90 cm. De kabeljauw heeft een olijfgroene en bruingevlekte rug, een witte buik en een lange kindraad.

Verblijfplaats: de grootste vangplaatsen zijn Newfoundlandbank, de Lofoten en de Doggersbank. De vissoort leeft op diepten van 20 tot 600 meter dicht bij de bodem. De kabeljauw voedt zich voornamelijk met kreeftjes, krabjes, garnalen, vissen en mosselen.

Het vlees van de kabeljauw is fijn van smaak en heeft een losse structuur. De vis wordt veel gefileerd, ook de lever van de kabeljauw is zeer smaakrijk. In de zomermaanden zitten echter de zo geheten luizen op de lever en dan zit er geen smaak aan.

Kleine kabeljauw heet gul. Gedroogde kabeljauw wordt ook stokvis genoemd en gefrituurde stukken kabeljauw worden wel kibbeling genoemd. Skrei is de naam die hij krijgt in de periode tussen december en april wanneer hij vanuit de Barentszzee naar het noordwesten van Noorwegen migreert om te paaien. De naam Skrei is afgeleid van het Vikingwoord skrida, dat zoiets als "reizen" betekent.

Verse wijting

wijtingOok weer een vergeten vis. Wijting ... Dat is toch voor de kat? Nee!!

De wijting wordt niet op maat uitgezocht, dus klein en groot liggen door elkaar.

De wijting (Merlangius merlangus) is een straalvinnige vis uit de familie van schelvissen (Gadidae), orde schelvisachtigen (Gadiformes), die voorkomt in het noordoosten van de Atlantische Oceaan, de Noordzee en in steeds mindere mate in de Middellandse zee.

De wijting is een zoutwatervis die voorkomt in een gematigd klimaat. De soort is voornamelijk te vinden in zeeën, zachtstromend water en rotsachtige wateren. De diepte waarop de soort voorkomt is 10 tot 200 m onder het wateroppervlak.

Het dieet van de vis bestaat hoofdzakelijk uit dierlijk voedsel, waarmee het zich voedt door te jagen op macrofauna (het is een roofvis). Verder doet de wijting zich tegoed aan garnalen, wat hem de bijnaam "lekkerbekje" of "speciaaltje" meegeeft en onder die naam vinden we 'm dan ook veel gebakken bij de vishandelaar in de kraam/winkel.

Dat de vis door veel mensen gezien wordt als kattevoedsel is dus geheel niet van toepassing, iets wat wel van toepassing is voor de zgn. blauwe wijting die uitsluitend wordt gevangen om er direct vismeel van te malen.

De wijting is voor de visserij van groot commercieel belang. Bovendien wordt er op de vis gejaagd in de hengelsport. De soort kan worden bezichtigd in sommige openbare aquaria.

De soort komt niet voor op de Rode Lijst van de IUCN.

Verse schar

scharDe schar wordt net als bot wel eens aangezien voor schol. Deze vis is ook ondergewaardeerd.

Ook de schar wordt niet op maat uitgezocht, dus ook hier liggen de kleintjes en de groten door elkaar.

De schar (Limanda limanda) is een straalvinnige vis uit de familie van schollen (Pleuronectidae) en behoort derhalve tot de orde van platvissen (Pleuronectiformes). De vis kan maximaal 40 cm lang en 1000 gram zwaar worden. De hoogst geregistreerde leeftijd is 12 jaar.

De schar is een zoutwatervis. In brakwater is de soort nog nooit aangetroffen. De vis prefereert een gematigd klimaat en leeft hoofdzakelijk in de noordoost Atlantische Oceaan. De diepteverspreiding is 10 tot 150 m.

De schar is voor de visserij van aanzienlijk commercieel belang. De vis is populair bij zeevissers die vanaf het strand vissen. Ze hebben een voorkeur voor vis als aas, maar worden ook aan zeepier gevangen. Ze komen voor in wat dieper water dan de bot.